recent


vang

als jij naast mij
in slaap valt
probeer ik jouw
adem te vangen

als jij naast mij
zit en lacht
probeer ik jouw
geluid te vangen

hoe jouw adem
hoe jouw lach
zo uit jouw
mond ontsnappen

ik moet snel zijn
want ik voel
ze zachtjes door
mijn vingers glippen

maar binnenkort
zal het mij lukken
voor ik oud ben
en te traag

binnenkort zal
ik ze vangen
en neem ik ze
mee als ik wegga

vulkaan

eindelijk zal ik
met jou dansen
op de rand
van een vulkaan

onder onze voeten
zal de lava
zo heet borrelen
dat wij niet
stil kunnen staan

witte stoom zal
ons omringen
het zal mijn
bril doen beslaan

het maakt niet
uit dat ik
jou dan niet
meer kan zien

ik zal jou
nog net zo
goed als altijd
kunnen verstaan

waan

ik droomde dat
ik niet met jou
maar met een ander

dat ik zonder kleren
en zij ook
dat wij toen

alles deden
wat ik al zo
vaak met jou

ik droomde dat
ik jou alles
moest vertellen

en dat viel
verdomd toch
echt niet mee

ik droomde
en ik droomde
maar toen het

licht kwam
werd ik wakker
en lag jij

gewoon nog
naast mij
heel tevree

de vogel die uit
een boek viel


het boek dat
ik momenteel aan
het lezen ben
liet ik gisteravond
in de tuin liggen

vanochtend sloeg ik
het weer open
en viel er
een vogel uit

hij fladderde nog
even en de
wind probeerde er
vat op te krijgen
ik zette gauw
mijn voet er op

na twee minuten
keek ik onder
mijn schoen en
zag dat hij
nog steeds leefde

ik kon kiezen
tussen oppakken
en laten vliegen
of nog net even
harder doordrukken
met mijn voet

steenstrips

zij liep met haar
hoofd tegen de muur
zij zei dat het
per ongeluk was

ik wist wel beter
vooral toen zij het
de volgende dag
nog een keer deed

de deukjes van de
steenstrips stonden in
haar voorhoofd gedrukt
maar zij vond dat zij
geen hulp nodig had

ik kon niet anders
meer dan denken
die muur die blijft wel staan
maar hoelang blijven
wij nog bij elkaar

ogen

gisteravond stopte zij
haar ogen
in een doosje
keurig links
en netjes rechts

daarna lag zij
met wazig zicht
op bed en
viel langzaam weg
in bodemloze dromen

vanochtend werd zij
wakker met het ritme
van de regen
en deed traag
haar wimpers open

zij zag de druppels
op het raam
als het kleine
wolkjes waren traag
naar beneden glijden

op het kastje
naast haar lag
het doosje met
daarin haar ogen
te wachten tot
de zon ging schijnen

niet eerder zouden
zij hun plaats
weer innemen
niet eerder zou zij
haar bed uitkomen

kut

ik droom elk
nacht van jou
ik droom elke
nacht dat ik
in bed met jou

dat ik wil likken
proeven en proberen
nee dat ik zelfs
zeker weten wil
hoe jij smaakt

maar ik droom
ook elke nacht
helaas
het is niet anders

hoe jij liever
bij die ander
van zijn lange
tong afrolt

toren

stenen
altijd maar weer stenen
ik breng ze
elke dag
van hier naar daar

ik hij ze op
ik leg ze neer
en met cement
lijm ik ze vast

als ze op zijn
haal ik er nog meer
zo ploeter ik
zo bouw ik door

maar eens
zal ik de grootste zijn
eens zal ik
boven de woken zijn

als ik daar bem
sta ik bovenop mijn toren
zal ik heel even juichen
en daarna
haal ik alles neer

fictie

ik wist dat
haar agenda
vol leugens stond

ik wist dat
zij graag deed
alsof zij met haar
pen het zogenaamde
echte leven verkende

daarom ben ik
eens gaan vragen
trekken en zuigen
antwoorden verlangend

ik zat er heel
dicht bovenop
tot de tranen uit
haar ogen rolden

tot ik blijkbaar
veel te veel
had losgewoeld

ik durfde niet
verder te krabben

wasbenzinestift

hier zei zij
ik geef je
mijn nummer

paper was
niet voorhanden
dus ze schreef
het op mijn arm

tien cijfers
met een dikke
zwarte stift

sindsdien kijk ik
er elke dag naar
ik wrijf erover
met een natte vinger

ik lik er
soms eens aan
maar durf haar
niet te bellen

de vrees dat
zij nu nee zegt
ik blijf
liever dromen

van wat had
kunnen zijn
maar nooit
is uitgekomen

gebogen vingers

als de dagen
niet meer rijmen
als ik eerst
moet tellen

of ik ze
alle zeven nog
wel op een
rijtje heb

als ik wil
en jij wilt niet
als jij zegt
heel misschien
of nee
toch maar niet

dan leg ik
mijn hand in
die van jou
en dicht ik met
gebogen vingers

daarna vraag ik
of jij alsjeblieft
eerst wilt lezen

wat ik over jou
geschreven heb
voordat ik weer
mijn vingers strek

raak

ik kijk naar haar
terwijl zij met
speels gemak

de elastiekjes
van haar beugel
de hoeken van de
kamer in schiet

ik vang ze op
en vuur ze
naar haar terug

pas als ik
zeg stop en
kom maar hier
dan gaat zij

naast mij liggen
slaat haar armen
om mij heen
en kust mij zacht

as

fluisteren heeft
geen zin meer
er is genoeg
om hardop woedend
over te zijn

één vonk is
genoeg om het
vuur te laten
razen en alles
plat te branden

maar uit de
as van heel
mijn leven zal
ik gaan tot op
de bodem van
een nieuw begin

wit

het is de eindeloze
mogelijkheid van
nog meer ruimte
die mij telkens weer
een dichter maakt

en toch
als ik dan zo
aan tafel zit
met in mijn hand
die scherpe pen

met alles wat
er uit moet
strak op het papier
dan ontdek ik
iedere keer

het is vooral het wit
om de zwarte
letters heen
dat alles zo
grenzeloos maakt

fata morgana

in elke plas van licht
waar ik doorheen loop
ontspringt mijn schaduw
aan het zwart van de
veel te vroeg gevallen nacht

de donkere op het trottoir
platgeslagen gedaante die
mij dan telkens achtervolgt
lijkt bijna wel een metafoor

voor de gemoedstoestand
waarin ik mij bevind
heen en weer geslingerd
tussen twijfel over jou
en irritatie over mijzelf

kan ik niet anders dan
concluderen dat jij
in mij leven staat geëtst als
een permanente luchtspiegeling

1370 bezoekers (2114 hits) sinds 13-11-2018
Powered by webXpress